Terug naar Jesaja 47
VSV
Statenvertaling

Jesaja 47:8

Hoor dan nu dit, gij die aan genietingen overgegeven zijt, die zorgeloos woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand anders naast mij; ik zal niet zitten als een weduwe, noch het verlies van kinderen kennen;

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 47 — omringende verzen

3

Uw naaktheid zal ontbloot worden, ja, uw schaamte zal gezien worden; Ik zal wraak nemen en zal u niet als een mens tegemoet komen.

4

Wat onze Verlosser betreft, HEER der heerscharen is Zijn naam, de Heilige Israëls.

5

Zit stil en ga in de duisternis, o dochter der Chaldeeën; want gij zult niet meer genaamd worden: de heerseres der koninkrijken.

6

Ik was toornig op Mijn volk, Ik heb Mijn erfenis ontheiligd en hen in uw hand gegeven; gij hebt hun geen barmhartigheid bewezen; op de grijsaard hebt gij uw juk zeer zwaar gelegd.

7

En gij zeidet: Ik zal voor eeuwig heerseres zijn; zodat gij deze dingen niet ter harte naamt en aan het uiteinde daarvan niet dacht.

8

Hoor dan nu dit, gij die aan genietingen overgegeven zijt, die zorgeloos woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand anders naast mij; ik zal niet zitten als een weduwe, noch het verlies van kinderen kennen;

9

Maar deze twee dingen zullen u in een ogenblik op één dag overkomen: het verlies van kinderen en weduwschap; zij zullen over u komen in hun volheid vanwege de veelheid van uw toverijen en vanwege de grote overvloed van uw bezweringen.

10

Want gij hebt vertrouwd op uw boosheid; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis, die hebben u afvallig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand anders naast mij.

11

Daarom zal het kwaad over u komen; gij zult niet weten vanwaar het oprijst; en het onheil zal op u vallen; gij zult het niet kunnen afwenden; en de verwoesting zal plotseling over u komen, die gij niet verwacht.

12

Treed nu op met uw bezweringen en met de veelheid van uw toverijen, waarmee gij u van uw jeugd af moeite hebt gegeven; of gij wellicht voordeel zoudt doen, of wellicht zoudt overweldigen.

13

Gij zijt moede geworden door de veelheid van uw raadslagen. Laat nu de sterrenwichelaars, de sterrenwaarzeggers, de maandprognostikeerders, opstaan en u redden van die dingen die over u komen zullen.