Jesaja 48:14
“Vergadert u allen, en hoort; wie onder hen heeft deze dingen verkondigd? De HEER heeft hem liefgehad; hij zal Zijn welbehagen uitvoeren aan Babel, en Zijn arm zal zijn tegen de Chaldeeën.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 48 — omringende verzen
Om Mijns naams wil stel Ik Mijn toorn uit, en omwille van Mijn lof bedwing Ik Mij jegens u, opdat Ik u niet afsnijde.
10Zie, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver; Ik heb u uitgekozen in de smeltkroes der verdrukking.
11Om Mijnentwil, ja om Mijnentwil zal Ik het doen; want hoe zou Mijn naam ontheiligd worden? En Mijn eer zal Ik aan een ander niet geven.
12Luister naar Mij, o Jakob en Israël, Mijn geroepene; Ik ben Dezelfde; Ik ben de eerste, en ook ben Ik de laatste.
13Ja, Mijn hand heeft de grondvesting der aarde gelegd, en Mijn rechterhand heeft de hemelen uitgespannen; roep Ik hen, zo staan zij tezamen op.
Vergadert u allen, en hoort; wie onder hen heeft deze dingen verkondigd? De HEER heeft hem liefgehad; hij zal Zijn welbehagen uitvoeren aan Babel, en Zijn arm zal zijn tegen de Chaldeeën.
Ik, Ik heb gesproken; ja, Ik heb hem geroepen: Ik heb hem gebracht, en hij zal zijn weg voorspoedig maken.
16Treedt nader tot Mij, hoort dit; van den beginne heb Ik niet in het verborgene gesproken; van de tijd dat het er was, ben Ik daar; en nu heeft de Heere HEER en Zijn Geest Mij gezonden.
17Zo zegt de HEER, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEER uw God, Die u leert wat tot uw voordeel is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
18O, had gij maar naar Mijn geboden geluisterd! dan had uw vrede als een rivier gevloeid, en uw gerechtigheid als de golven der zee.
19Uw nageslacht was geweest als het zand, en de nakomelingen van uw lichaam als de korrels daarvan; hun naam zou niet afgesneden noch verdelgd zijn geweest van voor Mijn aangezicht.