Terug naar Jesaja 48
VSV
Statenvertaling

Jesaja 48:9

Om Mijns naams wil stel Ik Mijn toorn uit, en omwille van Mijn lof bedwing Ik Mij jegens u, opdat Ik u niet afsnijde.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 48 — omringende verzen

4

Want Ik wist dat gij halsstarrig zijt, en dat uw nek een ijzeren pees is, en uw voorhoofd van koper.

5

Ik heb het u van den beginne verkondigd; voordat het geschiedde maakte Ik het u bekend: opdat gij niet zoudt zeggen: Mijn afgod heeft dit gedaan, en mijn gesneden beeld, en mijn gegoten beeld heeft het bevolen.

6

Gij hebt dit alles gehoord, aanschouwt het — zult gij het dan niet verkondigen? Ik heb u nieuwe dingen van nu af doen horen, verborgen dingen die gij niet kende.

7

Zij zijn nu geschapen, en niet van oudsher; zelfs vóór de dag dat gij ze niet gehoord hebt; opdat gij niet zoudt zeggen: Zie, ik wist ze reeds.

8

Ja, gij hebt het niet gehoord; ja, gij hebt het niet geweten; ja, van die tijd af was uw oor niet geopend: want Ik wist dat gij zeer trouweloos zoudt handelen, en dat gij van de moederschoot af een overtreder werd genoemd.

9

Om Mijns naams wil stel Ik Mijn toorn uit, en omwille van Mijn lof bedwing Ik Mij jegens u, opdat Ik u niet afsnijde.

10

Zie, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver; Ik heb u uitgekozen in de smeltkroes der verdrukking.

11

Om Mijnentwil, ja om Mijnentwil zal Ik het doen; want hoe zou Mijn naam ontheiligd worden? En Mijn eer zal Ik aan een ander niet geven.

12

Luister naar Mij, o Jakob en Israël, Mijn geroepene; Ik ben Dezelfde; Ik ben de eerste, en ook ben Ik de laatste.

13

Ja, Mijn hand heeft de grondvesting der aarde gelegd, en Mijn rechterhand heeft de hemelen uitgespannen; roep Ik hen, zo staan zij tezamen op.

14

Vergadert u allen, en hoort; wie onder hen heeft deze dingen verkondigd? De HEER heeft hem liefgehad; hij zal Zijn welbehagen uitvoeren aan Babel, en Zijn arm zal zijn tegen de Chaldeeën.