Terug naar Jesaja 49
VSV
Statenvertaling

Jesaja 49:16

Zie, Ik heb u gegraveerd op de palmen van Mijn handen; uw muren zijn voortdurend voor Mij.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 49 — omringende verzen

11

En Ik zal al Mijn bergen maken tot een weg, en Mijn heerbanen zullen verhoogd worden.

12

Zie, dezen zullen van verre komen; en zie, dezen van het noorden en van het westen, en dezen uit het land Sinim.

13

Zingt, o hemelen, en verheug u, o aarde, en breekt uit in gezang, o bergen; want de HEER heeft Zijn volk getroost, en Zich over Zijn ellendigen ontfermd.

14

Maar Sion zei: De HEER heeft mij verlaten, en mijn Heer heeft mij vergeten.

15

Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zodat zij geen ontferming zou hebben over het kind van haar schoot? Ja, zij mogen vergeten, maar Ík zal u niet vergeten.

16

Zie, Ik heb u gegraveerd op de palmen van Mijn handen; uw muren zijn voortdurend voor Mij.

17

Uw kinderen zullen zich haasten; uw verwoeststers en hen die u verlaten hebben, zullen van u wegtrekken.

18

Hef uw ogen rondom op en aanschouwt: allen vergaderen zich en komen tot u. Zo waar Ik leef, zegt de HEER, zult gij hen allen aandoen als een sieraad en u daarmee tooien, als een bruid doet.

19

Want uw woeste en verlaten plaatsen, en het land van uw vernieling, zal nu te nauw zijn door de inwoners, en zij die u verslonden hebben, zullen ver weg zijn.

20

De kinderen die gij nog zult hebben, nadat gij de anderen verloren hebt, zullen weer in uw oren zeggen: De plaats is mij te nauw; maak ruimte voor mij, opdat ik wonen kan.

21

Dan zult gij in uw hart zeggen: Wie heeft mij dezen verwekt, gezien ik mijn kinderen verloren heb en verlaten ben, een gevangene die heen en weer trekt? En wie heeft dezen groot gebracht? Zie, ik was alleen achtergelaten; dezen, waar waren zij?