Jesaja 5:2
“En hij omheinde hem en haalde de stenen eruit en beplante hem met de edelste wijnstok; en hij bouwde een toren in het midden ervan en hieuw ook een wijnpers daarin; en hij verwachtte dat hij druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 5 — omringende verzen
Nu zal ik voor mijn welbeminde een lied zingen, een lied van mijn beminde over zijn wijngaard. Mijn welbeminde had een wijngaard op een zeer vruchtbare heuvel:
En hij omheinde hem en haalde de stenen eruit en beplante hem met de edelste wijnstok; en hij bouwde een toren in het midden ervan en hieuw ook een wijnpers daarin; en hij verwachtte dat hij druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.
En nu, o inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, oordeel toch tussen mij en mijn wijngaard.
4Wat had er meer aan mijn wijngaard gedaan kunnen worden, dat ik er niet aan gedaan heb? Waarom heeft hij, toen ik verwachtte dat hij druiven zou voortbrengen, wilde druiven voortgebracht?
5En nu, welaan! Ik zal u zeggen wat ik met mijn wijngaard zal doen: ik zal zijn haag wegnemen, zodat hij zal worden afgegraasd; en zijn muur afbreken, zodat hij zal worden vertrapt.
6En ik zal hem tot een wildernis maken: hij zal niet worden gesnoeid noch omgespit; maar er zullen doornen en distels opkomen; en ik zal ook de wolken gebieden dat zij er geen regen op laten vallen.
7Want de wijngaard van de HEER der heerscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant; en Hij verwachtte recht, maar zie, er was onderdrukking; gerechtigheid, maar zie, er was geschreeuw.