Terug naar Jesaja 5
VSV
Statenvertaling

Jesaja 5:7

Want de wijngaard van de HEER der heerscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant; en Hij verwachtte recht, maar zie, er was onderdrukking; gerechtigheid, maar zie, er was geschreeuw.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 5 — omringende verzen

2

En hij omheinde hem en haalde de stenen eruit en beplante hem met de edelste wijnstok; en hij bouwde een toren in het midden ervan en hieuw ook een wijnpers daarin; en hij verwachtte dat hij druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.

3

En nu, o inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, oordeel toch tussen mij en mijn wijngaard.

4

Wat had er meer aan mijn wijngaard gedaan kunnen worden, dat ik er niet aan gedaan heb? Waarom heeft hij, toen ik verwachtte dat hij druiven zou voortbrengen, wilde druiven voortgebracht?

5

En nu, welaan! Ik zal u zeggen wat ik met mijn wijngaard zal doen: ik zal zijn haag wegnemen, zodat hij zal worden afgegraasd; en zijn muur afbreken, zodat hij zal worden vertrapt.

6

En ik zal hem tot een wildernis maken: hij zal niet worden gesnoeid noch omgespit; maar er zullen doornen en distels opkomen; en ik zal ook de wolken gebieden dat zij er geen regen op laten vallen.

7

Want de wijngaard van de HEER der heerscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant; en Hij verwachtte recht, maar zie, er was onderdrukking; gerechtigheid, maar zie, er was geschreeuw.

8

Wee hun die huis aan huis voegen, die akker aan akker trekken, totdat er geen plaats meer is, zodat zij alleen worden geplaatst in het midden des lands!

9

In mijn oren heeft de HEER der heerscharen gezegd: Waarlijk, vele huizen zullen verwoest worden, zelfs grote en fraaie, zonder bewoner.

10

Ja, tien akker wijngaard zullen één bath opleveren, en het zaad van een homer zal slechts een efa opleveren.

11

Wee hun die des morgens vroeg opstaan om sterke drank na te jagen; die doorgaan tot in de nacht, totdat wijn hen ontsteekt!

12

En de harp en de luit, de tamboerijn en de fluit en de wijn zijn op hun feesten; maar zij slaan geen acht op het werk des HEREN, en aanschouwen niet de werking van Zijn handen.