Jesaja 59:12
“Want onze overtredingen zijn voor U vermenigvuldigd en onze zonden getuigen tegen ons; want onze overtredingen zijn bij ons en onze ongerechtigheden, die kennen wij:”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 59 — omringende verzen
Hun voeten lopen naar het kwade en zij haasten zich om onschuldig bloed te vergieten; hun gedachten zijn gedachten van ongerechtigheid; verwoesting en verbreking zijn op hun wegen.
8De weg des vredes kennen zij niet en er is geen recht in hun gangen; zij maken zich kromme paden; wie daarin gaat, kent geen vrede.
9Daarom is het recht verre van ons en de gerechtigheid achterhaalt ons niet; wij wachten op licht, maar zie, duisternis; op helderheid, maar wij wandelen in donkerheid.
10Wij tasten naar de wand als blinden en wij tasten als zonder ogen; wij struikelen op de middag als in de schemering; wij zijn op woeste plaatsen als doden.
11Wij brullen allen als beren en kermen zeer als duiven; wij wachten op recht, maar er is geen; op heil, maar het is verre van ons.
Want onze overtredingen zijn voor U vermenigvuldigd en onze zonden getuigen tegen ons; want onze overtredingen zijn bij ons en onze ongerechtigheden, die kennen wij:
Overtreden en liegen tegen de HEER en wijken van onze God; spreken van verdrukking en afval, opvatten en uiten uit het hart woorden van valsheid.
14En het recht is achterwaarts geweken en de gerechtigheid staat van verre; want de waarheid is gevallen op de straat en de oprechtheid kan niet binnenkomen.
15Ja, de waarheid ontbreekt, en wie van het kwade wijkt, wordt tot een roof. En de HEER zag het en het was kwaad in Zijn ogen dat er geen recht was.
16En Hij zag dat er niemand was en Hij verwonderde Zich dat er geen middelaar was; daarom verloste Zijn eigen arm Hem en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem.
17Want Hij trok aan gerechtigheid als een borstpanster en zette de helm des heils op Zijn hoofd; en Hij trok de klederen der wraak aan tot kleding en Hij bekleedde Zich met ijver als met een mantel.