Terug naar Jesaja 59
VSV
Statenvertaling

Jesaja 59:16

En Hij zag dat er niemand was en Hij verwonderde Zich dat er geen middelaar was; daarom verloste Zijn eigen arm Hem en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 59 — omringende verzen

11

Wij brullen allen als beren en kermen zeer als duiven; wij wachten op recht, maar er is geen; op heil, maar het is verre van ons.

12

Want onze overtredingen zijn voor U vermenigvuldigd en onze zonden getuigen tegen ons; want onze overtredingen zijn bij ons en onze ongerechtigheden, die kennen wij:

13

Overtreden en liegen tegen de HEER en wijken van onze God; spreken van verdrukking en afval, opvatten en uiten uit het hart woorden van valsheid.

14

En het recht is achterwaarts geweken en de gerechtigheid staat van verre; want de waarheid is gevallen op de straat en de oprechtheid kan niet binnenkomen.

15

Ja, de waarheid ontbreekt, en wie van het kwade wijkt, wordt tot een roof. En de HEER zag het en het was kwaad in Zijn ogen dat er geen recht was.

16

En Hij zag dat er niemand was en Hij verwonderde Zich dat er geen middelaar was; daarom verloste Zijn eigen arm Hem en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem.

17

Want Hij trok aan gerechtigheid als een borstpanster en zette de helm des heils op Zijn hoofd; en Hij trok de klederen der wraak aan tot kleding en Hij bekleedde Zich met ijver als met een mantel.

18

Naar hun daden, daarnaar zal Hij vergelden: grimmigheid aan Zijn tegenstanders, vergelding aan Zijn vijanden; aan de eilanden zal Hij vergelding geven.

19

Dan zullen zij de Naam van de HEER vrezen van het westen af en Zijn heerlijkheid van de opgang der zon; wanneer de vijand komt als een stroom, zal de Geest van de HEER de banier tegen hem oprichten.

20

En de Verlosser zal tot Sion komen en tot hen die zich van de overtreding in Jakob bekeren, zegt de HEER.

21

En wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEER: Mijn Geest, Die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, zullen niet wijken uit uw mond, noch uit de mond van uw zaad, noch uit de mond van het zaad van uw zaad, zegt de HEER, van nu aan tot in eeuwigheid.