Terug naar Jesaja 60
VSV
Statenvertaling

Jesaja 60:13

De heerlijkheid van de Libanon zal tot u komen, de cipres, de olmboom en de buxus tezamen, om de plaats Mijns heiligdoms te versieren; en Ik zal de plaats Mijner voeten heerlijk maken.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 60 — omringende verzen

8

Wie zijn deze die vliegen als een wolk en als de duiven naar hun vensters?

9

Voorwaar, de eilanden zullen op Mij wachten en de schepen van Tarsis allereerst, om uw zonen van verre te brengen, hun zilver en hun goud met hen, tot de Naam van de HEER, uw God, en tot de Heilige Israëls, omdat Hij u verheerlijkt heeft.

10

En de zonen der vreemdelingen zullen uw muren bouwen en hun koningen zullen u dienen; want in Mijn toorn heb Ik u geslagen, maar in Mijn goedgunstigheid heb Ik Mij over u ontfermd.

11

En uw poorten zullen steeds openstaan; zij zullen dag noch nacht gesloten worden, opdat men tot u brenge de rijkdom der heidenen en hun koningen geleid worden.

12

Want het volk en het koninkrijk dat u niet dienen wil, zal vergaan; ja, die heidenen zullen geheel verwoest worden.

13

De heerlijkheid van de Libanon zal tot u komen, de cipres, de olmboom en de buxus tezamen, om de plaats Mijns heiligdoms te versieren; en Ik zal de plaats Mijner voeten heerlijk maken.

14

En de zonen van wie u verdrukt hebben, zullen zich buigend tot u komen; en allen die u veracht hebben, zullen zich nederbuigen aan de planten van uw voeten; en zij zullen u noemen: de stad van de HEER, het Sion van de Heilige Israëls.

15

In plaats dat gij verlaten en gehaat zijt geweest, zodat niemand door u heen ging, zal Ik u maken tot een eeuwige heerlijkheid, tot een vreugde van geslacht tot geslacht.

16

En gij zult de melk der heidenen zuigen en gij zult de borst der koningen zuigen; en gij zult weten dat Ik, de HEER, uw Heiland ben en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.

17

Voor koper zal Ik goud brengen en voor ijzer zal Ik zilver brengen en voor hout koper en voor stenen ijzer; en Ik zal uw opzieners tot vrede maken en uw drijvers tot gerechtigheid.

18

Geweld zal niet meer gehoord worden in uw land, verwoesting noch verbreking binnen uw grenzen; maar gij zult uw muren Heil noemen en uw poorten Lof.