Jesaja 65:7
“Uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tegelijk, zegt de HEER, die wierook gebrand hebben op de bergen, en Mij gelasterd hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vroegere werk in hun schoot afmeten.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 65 — omringende verzen
Ik heb Mijn handen uitgestrekt de gehele dag tot een weerspannig volk, dat wandelt op een weg die niet goed is, naar hun eigen gedachten;
3Een volk dat Mij voortdurend tot toorn verwekt voor Mijn aangezicht; dat offert in de hoven, en wierook brandt op bakstenen altaren;
4Dat vertoeft bij de graven, en overnacht in de woestenij, dat varkensylees eet, en bouillon van gruwelijke dingen in hun vaten heeft;
5Dat zegt: Blijf op uw afstand, kom niet bij mij, want ik ben heiliger dan gij. Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur dat de gehele dag brandt.
6Zie, het is voor Mij geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, vergelden in hun schoot,
Uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tegelijk, zegt de HEER, die wierook gebrand hebben op de bergen, en Mij gelasterd hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vroegere werk in hun schoot afmeten.
Zo zegt de HEER: Gelijk de nieuwe wijn wordt gevonden in een tros, en men zegt: Verderf hem niet, want er is een zegen in; zo zal Ik doen om Mijner knechten wil, opdat Ik hen niet allen verderve.
9En Ik zal zaad voortbrengen uit Jakob, en uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen; en Mijn uitverkorene zal het beërven, en Mijn knechten zullen daar wonen.
10En Saron zal een schaapskooi zijn, en het dal van Achor een legerplaats voor de kudden, voor Mijn volk dat Mij heeft gezocht.
11Maar gij zijt het die de HEER verlaat, die Mijn heilige berg vergeet, die een tafel toebereid voor de god Gad, en een drankoffergave schenkt voor de god Meni.
12Daarom zal Ik u bestemmen voor het zwaard, en gij zult allen neerbukken voor de slachting; omdat Ik riep en gij niet antwoorddet, Ik sprak en gij niet hoorde, maar kwaad deedt voor Mijn ogen, en koos hetgeen Ik niet behaagde.