Jesaja 66:2
“Want al die dingen heeft Mijn hand gemaakt, en al die dingen zijn er, zegt de HEER; maar op deze zal Ik zien, op hem namelijk die arm is en verslagen van geest, en die beeft voor Mijn woord.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 66 — omringende verzen
Zo zegt de HEER: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou het huis zijn dat gij Mij bouwt? en waar de plaats Mijner rust?
Want al die dingen heeft Mijn hand gemaakt, en al die dingen zijn er, zegt de HEER; maar op deze zal Ik zien, op hem namelijk die arm is en verslagen van geest, en die beeft voor Mijn woord.
Wie een os slacht, is als wie een mens doodslaat; wie een lam offert, als wie een hond de nek breekt; wie een offer brengt, als wie varkensbloed offert; wie wierook brandt, als wie een afgod zegent. Ja, zij hebben hun eigen wegen gekozen, en hun ziel behaagt zich in hun gruwelen.
4Ik ook zal hun misleidingen kiezen, en hun verschrikkingen over hen brengen; omdat Ik riep en niemand antwoordde; omdat Ik sprak en zij niet hoorden; maar zij deden kwaad voor Mijn ogen, en verkozen hetgeen Mij niet behaagde.
5Hoort het woord des HEREN, gij die beeft voor Zijn woord: Uw broederen die u haten, die u verstoten om Mijns Naams wil, zeggen: Laat de HEER verheerlijkt worden; maar Hij zal verschijnen tot uw vreugde, en zij zullen beschaamd worden.
6Een stem van rumoer uit de stad, een stem uit de tempel, een stem des HEREN die Zijn vijanden vergelding doet.
7Voordat zij barensweeën had, heeft zij gebaard; voordat de pijn over haar kwam, is zij verlost van een mannelijk kind.