VSV
StatenvertalingJob 14:3
“En toch slaat U Uw ogen op zo iemand, en brengt U mij met U in het gericht?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 14 — omringende verzen
1
De mens, geboren uit een vrouw, is weinig van dagen en vol van onrust.
2Hij komt op als een bloem en wordt afgesneden; hij vliedt als een schaduw en houdt niet stand.
3
4En toch slaat U Uw ogen op zo iemand, en brengt U mij met U in het gericht?
Wie kan een reine voortbrengen uit een onreine? Niemand.
5Omdat zijn dagen bepaald zijn, het getal van zijn maanden bij U is, en U zijn grenzen gesteld hebt die hij niet kan overschrijden;
6Wend U van hem af, zodat hij rust heeft, totdat hij, als een dagloner, zijn dag volbrengt.
7Want er is hoop voor een boom, als hij omgehouwen wordt, dat hij weer zal uitspruiten, en dat zijn scheut niet zal ophouden.
8Al wordt zijn wortel oud in de aarde, en sterft zijn stronk in de grond;