VSV
StatenvertalingJob 16:20
“Mijn vrienden bespotten mij; maar mijn oog stort tranen uit tot God.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 16 — omringende verzen
15
Ik heb een zak op mijn huid genaaid, en mijn kracht in het stof bezoedeld.
16Mijn aangezicht is rood van het wenen, en op mijn oogleden rust de schaduw des doods;
17Niet vanwege enig onrecht in mijn handen; ook is mijn gebed rein.
18O aarde, bedek mijn bloed niet, en laat mijn roep geen rustplaats vinden.
19Ook nu, zie, mijn getuige is in de hemel, en mijn voorspreker is in den hoge.
20
21Mijn vrienden bespotten mij; maar mijn oog stort tranen uit tot God.
O, dat iemand voor een man bij God zou mogen pleiten, zoals een man pleit voor zijn naaste!
22Wanneer enkele jaren voorbijgegaan zijn, zal ik de weg gaan vanwaar ik niet zal terugkeren.