Job 16:17
“Niet vanwege enig onrecht in mijn handen; ook is mijn gebed rein.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 16 — omringende verzen
Ik was gerust, maar Hij heeft mij uiteengebroken; Hij heeft mij ook bij mijn nek gegrepen en mij aan stukken geschud, en mij opgericht als zijn schietschijf.
13Zijn schutters omringen mij rondom; Hij klieft mijn nieren uiteen en spaart niet; Hij stort mijn gal op de grond.
14Hij breekt mij met breuk op breuk; Hij loopt op mij aan als een reus.
15Ik heb een zak op mijn huid genaaid, en mijn kracht in het stof bezoedeld.
16Mijn aangezicht is rood van het wenen, en op mijn oogleden rust de schaduw des doods;
Niet vanwege enig onrecht in mijn handen; ook is mijn gebed rein.
O aarde, bedek mijn bloed niet, en laat mijn roep geen rustplaats vinden.
19Ook nu, zie, mijn getuige is in de hemel, en mijn voorspreker is in den hoge.
20Mijn vrienden bespotten mij; maar mijn oog stort tranen uit tot God.
21O, dat iemand voor een man bij God zou mogen pleiten, zoals een man pleit voor zijn naaste!
22Wanneer enkele jaren voorbijgegaan zijn, zal ik de weg gaan vanwaar ik niet zal terugkeren.