Job 16:14
“Hij breekt mij met breuk op breuk; Hij loopt op mij aan als een reus.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 16 — omringende verzen
Hij scheurt mij in zijn toorn, die mij haat; hij knarsetandt op mij; mijn vijand scherpt zijn ogen op mij.
10Zij hebben hun mond tegen mij opengesperd; zij hebben mij op de wang geslagen met smaad; zij hebben zich samen tegen mij vergaderd.
11God heeft mij overgeleverd aan de goddelozen, en mij overgegeven in de handen der boosdoeners.
12Ik was gerust, maar Hij heeft mij uiteengebroken; Hij heeft mij ook bij mijn nek gegrepen en mij aan stukken geschud, en mij opgericht als zijn schietschijf.
13Zijn schutters omringen mij rondom; Hij klieft mijn nieren uiteen en spaart niet; Hij stort mijn gal op de grond.
Hij breekt mij met breuk op breuk; Hij loopt op mij aan als een reus.
Ik heb een zak op mijn huid genaaid, en mijn kracht in het stof bezoedeld.
16Mijn aangezicht is rood van het wenen, en op mijn oogleden rust de schaduw des doods;
17Niet vanwege enig onrecht in mijn handen; ook is mijn gebed rein.
18O aarde, bedek mijn bloed niet, en laat mijn roep geen rustplaats vinden.
19Ook nu, zie, mijn getuige is in de hemel, en mijn voorspreker is in den hoge.