Job 16:11
“God heeft mij overgeleverd aan de goddelozen, en mij overgegeven in de handen der boosdoeners.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 16 — omringende verzen
Al spreek ik, mijn smart wordt niet verzacht; en al zwijg ik, wat wordt mij daardoor verlicht?
7Maar nu heeft Hij mij vermoeid; U hebt al mijn gezelschap verwoest.
8En U hebt mij gevuld met rimpels, die een getuige tegen mij zijn; en mijn magerheid, die in mij oprijst, getuigt tegen mijn aangezicht.
9Hij scheurt mij in zijn toorn, die mij haat; hij knarsetandt op mij; mijn vijand scherpt zijn ogen op mij.
10Zij hebben hun mond tegen mij opengesperd; zij hebben mij op de wang geslagen met smaad; zij hebben zich samen tegen mij vergaderd.
God heeft mij overgeleverd aan de goddelozen, en mij overgegeven in de handen der boosdoeners.
Ik was gerust, maar Hij heeft mij uiteengebroken; Hij heeft mij ook bij mijn nek gegrepen en mij aan stukken geschud, en mij opgericht als zijn schietschijf.
13Zijn schutters omringen mij rondom; Hij klieft mijn nieren uiteen en spaart niet; Hij stort mijn gal op de grond.
14Hij breekt mij met breuk op breuk; Hij loopt op mij aan als een reus.
15Ik heb een zak op mijn huid genaaid, en mijn kracht in het stof bezoedeld.
16Mijn aangezicht is rood van het wenen, en op mijn oogleden rust de schaduw des doods;