Job 16:10
“Zij hebben hun mond tegen mij opengesperd; zij hebben mij op de wang geslagen met smaad; zij hebben zich samen tegen mij vergaderd.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 16 — omringende verzen
Maar ik zou u sterken met mijn mond, en de beweging van mijn lippen zou uw smart verzachten.
6Al spreek ik, mijn smart wordt niet verzacht; en al zwijg ik, wat wordt mij daardoor verlicht?
7Maar nu heeft Hij mij vermoeid; U hebt al mijn gezelschap verwoest.
8En U hebt mij gevuld met rimpels, die een getuige tegen mij zijn; en mijn magerheid, die in mij oprijst, getuigt tegen mijn aangezicht.
9Hij scheurt mij in zijn toorn, die mij haat; hij knarsetandt op mij; mijn vijand scherpt zijn ogen op mij.
Zij hebben hun mond tegen mij opengesperd; zij hebben mij op de wang geslagen met smaad; zij hebben zich samen tegen mij vergaderd.
God heeft mij overgeleverd aan de goddelozen, en mij overgegeven in de handen der boosdoeners.
12Ik was gerust, maar Hij heeft mij uiteengebroken; Hij heeft mij ook bij mijn nek gegrepen en mij aan stukken geschud, en mij opgericht als zijn schietschijf.
13Zijn schutters omringen mij rondom; Hij klieft mijn nieren uiteen en spaart niet; Hij stort mijn gal op de grond.
14Hij breekt mij met breuk op breuk; Hij loopt op mij aan als een reus.
15Ik heb een zak op mijn huid genaaid, en mijn kracht in het stof bezoedeld.