VSV
StatenvertalingJob 17:2
“Zijn er geen spotters bij mij? en blijft mijn oog niet rusten op hun terging?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 17 — omringende verzen
1
Mijn adem is bezoedeld, mijn dagen zijn uitgedoofd, het graf is voor mij gereed.
2
3Zijn er geen spotters bij mij? en blijft mijn oog niet rusten op hun terging?
Leg dan nu een borg bij U voor mij neer; wie is er die mij de hand wil reiken?
4Want U hebt hun hart gesloten voor inzicht; daarom zult U hen niet verheffen.
5Hij die zijn vrienden vleit, zelfs de ogen van zijn kinderen zullen verblinden.
6Hij heeft mij ook tot een spreekwoord gemaakt onder het volk; en voorheen was ik als een tamboerijn.
7Ook is mijn oog verduisterd door verdriet, en al mijn leden zijn als een schaduw.