VSV
StatenvertalingJob 17:3
“Leg dan nu een borg bij U voor mij neer; wie is er die mij de hand wil reiken?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 17 — omringende verzen
1
Mijn adem is bezoedeld, mijn dagen zijn uitgedoofd, het graf is voor mij gereed.
2Zijn er geen spotters bij mij? en blijft mijn oog niet rusten op hun terging?
3
4Leg dan nu een borg bij U voor mij neer; wie is er die mij de hand wil reiken?
Want U hebt hun hart gesloten voor inzicht; daarom zult U hen niet verheffen.
5Hij die zijn vrienden vleit, zelfs de ogen van zijn kinderen zullen verblinden.
6Hij heeft mij ook tot een spreekwoord gemaakt onder het volk; en voorheen was ik als een tamboerijn.
7Ook is mijn oog verduisterd door verdriet, en al mijn leden zijn als een schaduw.
8Oprechte mensen zullen ontzet zijn hierover, en de onschuldige zal zich verheffen tegen de huichelaar.