Job 19:15
“Degenen die in mijn huis wonen, en mijn dienstmaagden, beschouwen mij als een vreemdeling; ik ben een uitheemse in hun ogen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 19 — omringende verzen
Hij heeft mij aan alle kanten vernield, en ik ben heengegaan; en mijn hoop heeft Hij weggerukt als een boom.
11Hij heeft ook Zijn toorn tegen mij ontstoken, en Hij rekent mij bij Zichzelf als een van Zijn vijanden.
12Zijn troepen trekken samen en verheffen hun weg tegen mij, en legeren zich rondom mijn tent.
13Hij heeft mijn broeders ver van mij gedaan, en mijn bekenden zijn waarlijk van mij vervreemd.
14Mijn verwanten zijn bezweken, en mijn vertrouwde vrienden hebben mij vergeten.
Degenen die in mijn huis wonen, en mijn dienstmaagden, beschouwen mij als een vreemdeling; ik ben een uitheemse in hun ogen.
Ik riep mijn dienaar, maar hij gaf mij geen antwoord; ik smeekte hem met mijn mond.
17Mijn adem is vreemd geworden aan mijn vrouw, al smeekte ik om der wille van de kinderen van mijn eigen lichaam.
18Ja, kleine kinderen verachtten mij; ik stond op, en zij spraken tegen mij.
19Al mijn vertrouwde vrienden hebben een afschuw van mij, en zij die ik liefhad zijn tegen mij gekeerd.
20Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees, en ik ben ontkomen met de huid van mijn tanden.