Job 19:20
“Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees, en ik ben ontkomen met de huid van mijn tanden.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 19 — omringende verzen
Degenen die in mijn huis wonen, en mijn dienstmaagden, beschouwen mij als een vreemdeling; ik ben een uitheemse in hun ogen.
16Ik riep mijn dienaar, maar hij gaf mij geen antwoord; ik smeekte hem met mijn mond.
17Mijn adem is vreemd geworden aan mijn vrouw, al smeekte ik om der wille van de kinderen van mijn eigen lichaam.
18Ja, kleine kinderen verachtten mij; ik stond op, en zij spraken tegen mij.
19Al mijn vertrouwde vrienden hebben een afschuw van mij, en zij die ik liefhad zijn tegen mij gekeerd.
Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees, en ik ben ontkomen met de huid van mijn tanden.
Heb medelijden met mij, heb medelijden met mij, o gij mijn vrienden; want de hand Gods heeft mij aangeraakt.
22Waarom vervolgt gij mij zoals God, en zijt gij niet verzadigd van mijn vlees?
23O dat mijn woorden nu werden opgeschreven! O dat zij in een boek werden gedrukt!
24Dat zij met een ijzeren griffel en lood voor eeuwig in de rots werden gegraveerd!
25Want ik weet dat mijn Verlosser leeft, en dat Hij ten laatste dage op de aarde zal staan.