Job 21:8
“Hun nageslacht is voor hun ogen met hen gevestigd, en hun nakomelingen voor hun ogen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 21 — omringende verzen
Laat mij spreken; en nadat ik gesproken heb, spot dan maar voort.
4Wat mij betreft, is mijn klacht tot een mens? En als dat zo was, waarom zou mijn geest dan niet verontrust zijn?
5Let op mij, en wees verbaasd, en leg uw hand op uw mond.
6Zelfs wanneer ik eraan denk, word ik bevreesd, en beving grijpt mijn vlees aan.
7Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden machtig in kracht?
Hun nageslacht is voor hun ogen met hen gevestigd, en hun nakomelingen voor hun ogen.
Hun huizen zijn veilig voor vrees, en de roede Gods is niet over hen.
10Hun stier dekt zonder mislukken; hun koe kalft en verliest haar kalf niet.
11Zij laten hun kleinen uittrekken als een kudde, en hun kinderen dansen.
12Zij nemen het tamboerijn en de harp, en verblijden zich bij het geluid van het orgel.
13Zij slijten hun dagen in welvaart, en dalen in een ogenblik neer in het graf.