VSV
StatenvertalingJob 26:3
“Hoe hebt gij hem die geen wijsheid heeft, van raad voorzien? En hoe hebt gij de zaak zo overvloedig verklaard zoals zij is?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 26 — omringende verzen
1
Maar Job antwoordde en zei:
2Hoe hebt u hem geholpen die geen kracht heeft? Hoe hebt u de arm gered die geen sterkte bezit?
3
4Hoe hebt gij hem die geen wijsheid heeft, van raad voorzien? En hoe hebt gij de zaak zo overvloedig verklaard zoals zij is?
Tot wie hebt gij woorden gesproken? En wiens geest is van u uitgegaan?
5De doden worden gevormd vanonder de wateren, en hun bewoners.
6Het dodenrijk ligt naakt voor Hem, en het verderf heeft geen bedekking.
7Hij strekt het noorden uit over de lege ruimte, en hangt de aarde op aan het niets.
8Hij bindt de wateren in Zijn dichte wolken; en de wolk scheurt niet onder hen.