VSV
StatenvertalingJob 26:4
“Tot wie hebt gij woorden gesproken? En wiens geest is van u uitgegaan?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 26 — omringende verzen
1
Maar Job antwoordde en zei:
2Hoe hebt u hem geholpen die geen kracht heeft? Hoe hebt u de arm gered die geen sterkte bezit?
3Hoe hebt gij hem die geen wijsheid heeft, van raad voorzien? En hoe hebt gij de zaak zo overvloedig verklaard zoals zij is?
4
5Tot wie hebt gij woorden gesproken? En wiens geest is van u uitgegaan?
De doden worden gevormd vanonder de wateren, en hun bewoners.
6Het dodenrijk ligt naakt voor Hem, en het verderf heeft geen bedekking.
7Hij strekt het noorden uit over de lege ruimte, en hangt de aarde op aan het niets.
8Hij bindt de wateren in Zijn dichte wolken; en de wolk scheurt niet onder hen.
9Hij verbergt het aangezicht van Zijn troon, en spreidt Zijn wolk daarover uit.