VSV
StatenvertalingJob 3:2
“En Job hief het woord op en zei:”
Kruisverwijzingen
Context
Job 3 — omringende verzen
1
Daarna opende Job zijn mond en vervloekte zijn dag.
2
3En Job hief het woord op en zei:
Laat de dag vergaan waarop ik geboren ben, en de nacht waarin gezegd werd: Er is een mannelijk kind ontvangen.
4Laat die dag duisternis zijn; laat God er van boven geen acht op slaan, noch het licht over hem schijnen.
5Laat duisternis en doodschaduw hem bevlekken; laat een wolk over hem wonen; laat het donker van de dag hem verschrikken.
6Wat die nacht aangaat, laat duisternis hem aangrijpen; laat hij niet worden samengevoegd bij de dagen van het jaar; laat hij niet komen in het getal der maanden.
7Zie, laat die nacht eenzaam zijn; laat geen vreugdevolle stem daarin klinken.