Job 30:28
“Ik ging treurend zonder zonneschijn; ik stond op, en riep in de vergadering.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 30 — omringende verzen
Want ik weet dat Gij mij tot de dood zult brengen, en tot het huis der samenkomst voor alle levenden.
24Doch hij zal zijn hand niet uitstrekken tot het graf, al roepen zij in zijn verderf.
25Heb ik niet geweend voor hem die in nood was? Was mijn ziel niet bedroefd om de arme?
26Toen ik naar het goede uitzag, toen kwam het kwade over mij; en toen ik op het licht wachtte, toen kwam de duisternis.
27Mijn ingewanden kookten, en rustten niet; de dagen der verdrukking kwamen mij tegemoet.
Ik ging treurend zonder zonneschijn; ik stond op, en riep in de vergadering.
Ik ben een broeder der draken, en een metgezel der struisvogels.
30Mijn huid is zwart op mij, en mijn beenderen zijn verbrand van hitte.
31Mijn harp is ook veranderd in rouw, en mijn orgel in de stem van hen die wenen.