Job 38:20
“Dat gij het naar zijn grens zoudt brengen, en dat gij de paden naar zijn woning zoudt kennen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
En van de goddelozen wordt hun licht onthouden, en de opgeheven arm zal worden gebroken.
16Zijt gij doorgedrongen tot de bronnen der zee? Of hebt gij gewandeld in het doorzoeken van de diepte?
17Zijn u de poorten des doods geopend? Of hebt gij de deuren van de schaduw des doods gezien?
18Hebt gij de breedte der aarde overzien? Verklaar het, indien gij dit alles weet.
19Waar is de weg waar het licht woont? En wat de duisternis betreft, waar is de plaats daarvan,
Dat gij het naar zijn grens zoudt brengen, en dat gij de paden naar zijn woning zoudt kennen?
Kent gij het, omdat gij toen geboren waart? Of omdat het getal van uw dagen groot is?
22Zijt gij ingegaan in de schatkamers van de sneeuw? Of hebt gij de schatkamers van de hagel gezien,
23Die Ik bewaard heb voor de tijd van benauwdheid, voor de dag van strijd en oorlog?
24Langs welke weg wordt het licht verdeeld, dat de oostenwind over de aarde verspreidt?
25Wie heeft een waterloop gegraven voor de overvloed der wateren, of een weg voor de bliksem van de donder,