Job 38:26
“Om regen te laten vallen op de aarde waar geen mens is, op de woestijn waarin geen mens is,”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
Kent gij het, omdat gij toen geboren waart? Of omdat het getal van uw dagen groot is?
22Zijt gij ingegaan in de schatkamers van de sneeuw? Of hebt gij de schatkamers van de hagel gezien,
23Die Ik bewaard heb voor de tijd van benauwdheid, voor de dag van strijd en oorlog?
24Langs welke weg wordt het licht verdeeld, dat de oostenwind over de aarde verspreidt?
25Wie heeft een waterloop gegraven voor de overvloed der wateren, of een weg voor de bliksem van de donder,
Om regen te laten vallen op de aarde waar geen mens is, op de woestijn waarin geen mens is,
Om het verwoeste en verlaten land te verzadigen, en de knop van het tedere kruid te doen uitspruiten?
28Heeft de regen een vader? Of wie heeft de druppelen des dauws gewekt?
29Uit wiens schoot is het ijs voortgekomen? En de rijp des hemels, wie heeft die voortgebracht?
30De wateren verbergen zich als onder een steen, en het oppervlak van de diepte bevriest.
31Kunt gij de lieflijke invloeden van de Pleiaden binden, of de banden van de Orion losmaken?