Job 38:29
“Uit wiens schoot is het ijs voortgekomen? En de rijp des hemels, wie heeft die voortgebracht?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
Langs welke weg wordt het licht verdeeld, dat de oostenwind over de aarde verspreidt?
25Wie heeft een waterloop gegraven voor de overvloed der wateren, of een weg voor de bliksem van de donder,
26Om regen te laten vallen op de aarde waar geen mens is, op de woestijn waarin geen mens is,
27Om het verwoeste en verlaten land te verzadigen, en de knop van het tedere kruid te doen uitspruiten?
28Heeft de regen een vader? Of wie heeft de druppelen des dauws gewekt?
Uit wiens schoot is het ijs voortgekomen? En de rijp des hemels, wie heeft die voortgebracht?
De wateren verbergen zich als onder een steen, en het oppervlak van de diepte bevriest.
31Kunt gij de lieflijke invloeden van de Pleiaden binden, of de banden van de Orion losmaken?
32Kunt gij de Mazzaroth in zijn seizoen voortbrengen? Of kunt gij de Arcturus met zijn zonen leiden?
33Kent gij de verordeningen des hemels? Kunt gij zijn heerschappij over de aarde vestigen?
34Kunt gij uw stem verheffen tot de wolken, zodat een overvloed van wateren u overdekt?