Job 38:33
“Kent gij de verordeningen des hemels? Kunt gij zijn heerschappij over de aarde vestigen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
Heeft de regen een vader? Of wie heeft de druppelen des dauws gewekt?
29Uit wiens schoot is het ijs voortgekomen? En de rijp des hemels, wie heeft die voortgebracht?
30De wateren verbergen zich als onder een steen, en het oppervlak van de diepte bevriest.
31Kunt gij de lieflijke invloeden van de Pleiaden binden, of de banden van de Orion losmaken?
32Kunt gij de Mazzaroth in zijn seizoen voortbrengen? Of kunt gij de Arcturus met zijn zonen leiden?
Kent gij de verordeningen des hemels? Kunt gij zijn heerschappij over de aarde vestigen?
Kunt gij uw stem verheffen tot de wolken, zodat een overvloed van wateren u overdekt?
35Kunt gij de bliksems zenden, opdat zij gaan en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?
36Wie heeft wijsheid gelegd in het binnenste? Of wie heeft het verstand aan het hart gegeven?
37Wie kan in wijsheid de wolken tellen? Of wie kan de waterkruiken des hemels doen kantelen,
38Wanneer het stof tot hardheid samengroeit en de kluiten vast aaneenkleven?