Job 38:37
“Wie kan in wijsheid de wolken tellen? Of wie kan de waterkruiken des hemels doen kantelen,”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
Kunt gij de Mazzaroth in zijn seizoen voortbrengen? Of kunt gij de Arcturus met zijn zonen leiden?
33Kent gij de verordeningen des hemels? Kunt gij zijn heerschappij over de aarde vestigen?
34Kunt gij uw stem verheffen tot de wolken, zodat een overvloed van wateren u overdekt?
35Kunt gij de bliksems zenden, opdat zij gaan en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?
36Wie heeft wijsheid gelegd in het binnenste? Of wie heeft het verstand aan het hart gegeven?
Wie kan in wijsheid de wolken tellen? Of wie kan de waterkruiken des hemels doen kantelen,
Wanneer het stof tot hardheid samengroeit en de kluiten vast aaneenkleven?
39Zult gij de prooi jagen voor de leeuw? Of de honger van de jonge leeuwen stillen,
40Wanneer zij zich in hun holen neerleggen en in de struiken op de loer liggen?
41Wie bereidt voor de raaf zijn voedsel, wanneer zijn jongen tot God roepen en rondzwerven bij gebrek aan spijs?