VSV
StatenvertalingJob 38:40
“Wanneer zij zich in hun holen neerleggen en in de struiken op de loer liggen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
35
Kunt gij de bliksems zenden, opdat zij gaan en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?
36Wie heeft wijsheid gelegd in het binnenste? Of wie heeft het verstand aan het hart gegeven?
37Wie kan in wijsheid de wolken tellen? Of wie kan de waterkruiken des hemels doen kantelen,
38Wanneer het stof tot hardheid samengroeit en de kluiten vast aaneenkleven?
39Zult gij de prooi jagen voor de leeuw? Of de honger van de jonge leeuwen stillen,
40
41Wanneer zij zich in hun holen neerleggen en in de struiken op de loer liggen?
Wie bereidt voor de raaf zijn voedsel, wanneer zijn jongen tot God roepen en rondzwerven bij gebrek aan spijs?