Job 38:6
“Waarop zijn haar grondslagen vastgemaakt? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd,”
Kruisverwijzingen
Context
Job 38 — omringende verzen
Toen antwoordde de HEER Job uit de wervelwind en zeide:
2Wie is hij die de raad verduistert met woorden zonder kennis?
3Omgord nu uw lenden als een man; want Ik zal u ondervragen, en antwoord Mij.
4Waar waart gij toen Ik de grondslagen der aarde legde? Verklaar het, indien gij verstand hebt.
5Wie heeft haar maten bepaald, als gij het weet? Of wie heeft het meetsnoer over haar uitgestrekt?
Waarop zijn haar grondslagen vastgemaakt? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd,
Toen de morgensterren tezamen zongen, en al de zonen Gods jubelden van vreugde?
8Of wie heeft de zee met deuren afgesloten, toen zij uitbrak alsof zij uit een moederschoot was voortgekomen?
9Toen Ik de wolk tot haar kleed maakte, en de dikke duisternis tot haar windeldoek,
10En voor haar Mijn vastgestelde grens doorbrak, en grendels en deuren stelde,
11En zeide: Tot hiertoe zult gij komen en niet verder; en hier zal uw trotse golven gesteld worden?