VSV
StatenvertalingJob 40:4
“Zie, ik ben te gering; wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 40 — omringende verzen
1
Voorts antwoordde de HEER Job en zeide:
2Zal hij die met de Almachtige twist, Hem onderwijzen? Laat hij die God bestraft, hierop antwoorden.
3Toen antwoordde Job de HEER en zeide:
4
5Zie, ik ben te gering; wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
Eenmaal heb ik gesproken, maar ik zal niet antwoorden; ja, tweemaal, maar ik zal niet verder gaan.
6Toen antwoordde de HEER Job uit de stormwind en zeide:
7Omgord nu uw lendenen als een man; Ik zal u ondervragen en gij zult Mij onderrichten.
8Zult gij ook Mijn recht ontkrachten? Zult gij Mij veroordelen opdat gij rechtvaardig zoudt zijn?
9Hebt gij een arm als God? Of kunt gij met een stem als Hij donderen?