Job 40:9
“Hebt gij een arm als God? Of kunt gij met een stem als Hij donderen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 40 — omringende verzen
Zie, ik ben te gering; wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
5Eenmaal heb ik gesproken, maar ik zal niet antwoorden; ja, tweemaal, maar ik zal niet verder gaan.
6Toen antwoordde de HEER Job uit de stormwind en zeide:
7Omgord nu uw lendenen als een man; Ik zal u ondervragen en gij zult Mij onderrichten.
8Zult gij ook Mijn recht ontkrachten? Zult gij Mij veroordelen opdat gij rechtvaardig zoudt zijn?
Hebt gij een arm als God? Of kunt gij met een stem als Hij donderen?
Tooi u nu met majesteit en hoogheid, en bekleed u met heerlijkheid en pracht.
11Strooi de toornuitbarstingen van uw grimmigheid uit, en zie elke trotse aan en verneder hem.
12Zie elke trotse aan en doe hem buigen, en vertrap de goddelozen waar zij staan.
13Verberg hen samen in het stof; bind hun aangezichten in het verborgene.
14Dan zal ook Ik u prijzen, omdat uw rechterhand u redding kan brengen.