Job 6:22
“Heb ik gezegd: Breng mij iets? of: Geef mij een geschenk van uw bezit?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 6 — omringende verzen
Als zij warm worden, verdwijnen zij; wanneer het heet is, worden zij weggeteerd uit hun plaats.
18De paden van hun weg wijken af; zij gaan in het niets en vergaan.
19De karavanen van Tema schouwden uit, de reisgenoten van Sjeba wachtten op hen.
20Zij werden beschaamd, want zij hadden gehoopt; zij kwamen daarheen en werden te schande.
21Want nu zijt gij niets; gij ziet mijn val, en wordt bevreesd.
Heb ik gezegd: Breng mij iets? of: Geef mij een geschenk van uw bezit?
Of: Verlos mij uit de hand van de vijand? of: Koop mij vrij uit de hand van de machtigen?
24Onderwijst mij, en ik zal zwijgen; en doet mij verstaan, waarin ik gedwaald heb.
25Hoe krachtig zijn oprechte woorden! maar wat bewijst uw redetwisting?
26Denkt gij woorden te bestraffen, en de uitspraken van een wanhopige, die als wind zijn?
27Ja, gij overweldigt de wees, en gij graaft een kuil voor uw vriend.