Job 6:9
“Dat het God believen mocht mij te verpletteren, dat Hij Zijn hand losslaan en mij afsnijden zou!”
Kruisverwijzingen
Context
Job 6 — omringende verzen
Want de pijlen van de Almachtige zijn in mij, hun vergif drinkt mijn geest op; de verschrikkingen Gods stellen zich in slagorde tegen mij.
5Balkt de wilde ezel als hij gras heeft? Of loeit de os over zijn voer?
6Kan wat smakeloos is gegeten worden zonder zout? Of is er enige smaak in het wit van een ei?
7De dingen die mijn ziel geweigerd heeft aan te raken zijn als mijn treurig voedsel.
8O, dat ik mijn verzoek mocht ontvangen, en dat God mij het ding zou verlenen waarnaar ik verlang!
Dat het God believen mocht mij te verpletteren, dat Hij Zijn hand losslaan en mij afsnijden zou!
Dan zou ik nog troost hebben; ja, ik zou mij verharden in smarten: laat Hem niet sparen; want ik heb de woorden van de Heilige niet verborgen gehouden.
11Wat is mijn kracht, dat ik zou hopen? En wat is mijn einde, dat ik mijn leven verlengen zou?
12Is mijn kracht de kracht van stenen? of is mijn vlees van koper?
13Is er dan geen hulp in mij? en is de wijsheid geheel van mij geweken?
14Aan hem die lijdt behoort mededogen te worden betoond door zijn vriend; maar hij verlaat de vreze des Almachtigen.