Job 9:10
“Die grote dingen doet, ondoorgrondelijk; ja, wonderen zonder getal.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 9 — omringende verzen
Die de bergen verzet, en zij weten het niet; Die ze omkeert in Zijn toorn.
6Die de aarde doet beven uit haar plaats, zodat haar pilaren daveren.
7Die de zon gebiedt op te komen, maar zij komt niet op; en Die de sterren verzegelt.
8Die alleen de hemelen uitspant, en Die op de golven van de zee treedt.
9Die de Grote Beer, Orion en de Pleiaden maakt, en de sterrekamers van het zuiden.
Die grote dingen doet, ondoorgrondelijk; ja, wonderen zonder getal.
Zie, Hij gaat aan mij voorbij, en ik zie Hem niet; Hij trekt verder, maar ik bemerk Hem niet.
12Zie, Hij neemt weg, wie zal Hem tegenhouden? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet U?
13Als God Zijn toorn niet inhoudt, buigen de trotse helpers zich onder Hem.
14Hoeveel te minder zal ik Hem antwoord geven, of mijn woorden kiezen om met Hem te redetwisten?
15Al was ik rechtvaardig, toch zou ik Hem niet antwoorden; ik zou mijn Rechter om genade smeken.