Job 9:32
“Want Hij is geen mens zoals ik, dat ik Hem zou antwoorden, en dat wij samen voor het gericht zouden komen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 9 — omringende verzen
Als ik zeg: Ik zal mijn klacht vergeten, ik zal mijn droefheid aflaten en mijzelf troosten;
28Dan vrees ik voor al mijn smarten; ik weet dat U mij niet onschuldig zult houden.
29Als ik goddeloos ben, waarom zou ik dan tevergeefs moeite doen?
30Al was ik mij met sneeuwwater, en al maakte ik mijn handen nog zo rein;
31Toch zou U mij in de gracht dompelen, en mijn eigen klederen zouden mij verfoeien.
Want Hij is geen mens zoals ik, dat ik Hem zou antwoorden, en dat wij samen voor het gericht zouden komen.
Er is ook geen scheidsrechter tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen kan.
34Laat Hij Zijn roede van mij wegnemen, en laat Zijn vrees mij niet verschrikken;
35Dan zou ik spreken en Hem niet vrezen; maar het is zo niet met mij.