VSV
StatenvertalingJob 9:34
“Laat Hij Zijn roede van mij wegnemen, en laat Zijn vrees mij niet verschrikken;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 9 — omringende verzen
29
Als ik goddeloos ben, waarom zou ik dan tevergeefs moeite doen?
30Al was ik mij met sneeuwwater, en al maakte ik mijn handen nog zo rein;
31Toch zou U mij in de gracht dompelen, en mijn eigen klederen zouden mij verfoeien.
32Want Hij is geen mens zoals ik, dat ik Hem zou antwoorden, en dat wij samen voor het gericht zouden komen.
33Er is ook geen scheidsrechter tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen kan.
34
35Laat Hij Zijn roede van mij wegnemen, en laat Zijn vrees mij niet verschrikken;
Dan zou ik spreken en Hem niet vrezen; maar het is zo niet met mij.