Terug naar Joël 2
VSV
Statenvertaling

Joël 2:10

De aarde zal voor hen beven; de hemelen zullen trillen: de zon en de maan zullen verduisterd worden, en de sterren zullen hun glans intrekken.

Kruisverwijzingen

Context

Joël 2 — omringende verzen

5

Gelijk het gedreun van wagens op de toppen der bergen zullen zij springen, gelijk het geknetter van een vuurvlam die de stoppels verteert, als een sterk volk opgesteld ten strijde.

6

Voor hun aangezicht zullen de volken sidderen; alle gezichten zullen bleek worden.

7

Zij zullen lopen als helden; zij zullen de muur beklimmen als krijgslieden; en zij zullen ieder zijn weg gaan, en zij zullen hun gelederen niet breken.

8

En de een zal de ander niet dringen; zij zullen ieder zijn pad bewandelen; en wanneer zij op het zwaard vallen, zullen zij niet gewond worden.

9

Zij zullen door de stad heen en weer lopen; zij zullen op de muur lopen, zij zullen de huizen beklimmen; zij zullen als een dief door de vensters binnendringen.

10

De aarde zal voor hen beven; de hemelen zullen trillen: de zon en de maan zullen verduisterd worden, en de sterren zullen hun glans intrekken.

11

En de HEER zal Zijn stem verheffen voor Zijn leger; want Zijn leger is zeer groot; want hij is machtig die Zijn woord uitvoert; want de dag van de HEER is groot en zeer vreselijk; en wie kan hem verdragen?

12

Daarom ook nu, spreekt de HEER, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten, en met wenen, en met rouwklagen.

13

En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot de HEER uw God; want Hij is genadig en barmhartig, traag tot toorn en groot van goedertierenheid, en berouwt Hem het kwade.

14

Wie weet, zal Hij Zich omwenden en berouw hebben, en een zegen achter Zich laten; een spijsoffer en een drankoffer voor de HEER uw God?

15

Blaast de bazuin in Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen.