Terug naar Joël 2
VSV
Statenvertaling

Joël 2:27

En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEER uw God ben, en geen ander; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.

Kruisverwijzingen

Context

Joël 2 — omringende verzen

22

Vreest niet, gij dieren des velds; want de weiden van de woestijn zijn groen, want de boom draagt zijn vrucht, de vijgenboom en de wijnstok geven hun kracht.

23

Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en verblijdt u in de HEER uw God; want Hij heeft u de vroege regen in gerechtigheid gegeven, en Hij zal voor u de regen doen nederkomen, de vroege regen en de late regen in de eerste maand.

24

En de dorsvloeren zullen vol tarwe zijn, en de perskuipen zullen overlopen van wijn en olie.

25

En Ik zal u vergoeden de jaren die de sprinkhaan heeft gegeten, de jonge sprinkhaan, en de rups, en de treksprinkhaan, Mijn groot leger dat Ik onder u gezonden heb.

26

En gij zult overvloedig eten en verzadigd worden, en de naam van de HEER uw God loven, die wonderlijk met u gehandeld heeft; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.

27

En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEER uw God ben, en geen ander; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.

28

En het zal daarna geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren, uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien.

29

En ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.

30

En Ik zal wonderen geven in de hemelen en op de aarde, bloed, en vuur, en rookpilaren.

31

De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, voor de grote en vreselijke dag van de HEER komt.

32

En het zal geschieden, dat een iegelijk die de naam van de HEER aanroept, behouden zal worden; want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk de HEER gezegd heeft, en bij de overgeblevenen die de HEER roepen zal.