Joël 2:27
“En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEER uw God ben, en geen ander; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Joël 2 — omringende verzen
Vreest niet, gij dieren des velds; want de weiden van de woestijn zijn groen, want de boom draagt zijn vrucht, de vijgenboom en de wijnstok geven hun kracht.
23Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en verblijdt u in de HEER uw God; want Hij heeft u de vroege regen in gerechtigheid gegeven, en Hij zal voor u de regen doen nederkomen, de vroege regen en de late regen in de eerste maand.
24En de dorsvloeren zullen vol tarwe zijn, en de perskuipen zullen overlopen van wijn en olie.
25En Ik zal u vergoeden de jaren die de sprinkhaan heeft gegeten, de jonge sprinkhaan, en de rups, en de treksprinkhaan, Mijn groot leger dat Ik onder u gezonden heb.
26En gij zult overvloedig eten en verzadigd worden, en de naam van de HEER uw God loven, die wonderlijk met u gehandeld heeft; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.
En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEER uw God ben, en geen ander; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.
En het zal daarna geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren, uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien.
29En ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.
30En Ik zal wonderen geven in de hemelen en op de aarde, bloed, en vuur, en rookpilaren.
31De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, voor de grote en vreselijke dag van de HEER komt.
32En het zal geschieden, dat een iegelijk die de naam van de HEER aanroept, behouden zal worden; want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk de HEER gezegd heeft, en bij de overgeblevenen die de HEER roepen zal.