Terug naar Joël 2
VSV
Statenvertaling

Joël 2:23

Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en verblijdt u in de HEER uw God; want Hij heeft u de vroege regen in gerechtigheid gegeven, en Hij zal voor u de regen doen nederkomen, de vroege regen en de late regen in de eerste maand.

Kruisverwijzingen

Context

Joël 2 — omringende verzen

18

Dan zal de HEER ijveren voor Zijn land en Zijn volk sparen.

19

Ja, de HEER zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Zie, Ik zend u koren, en wijn, en olie, en gij zult daarmede verzadigd worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot smaad onder de heidenen.

20

Maar Ik zal het noordelijk leger ver van u wegdrijven, en het verdrijven in een dor en woest land, met zijn aangezicht naar de oostelijke zee, en zijn achterste deel naar de uiterste zee; en zijn stank zal opstijgen, en zijn vuile reuk zal opstijgen, omdat het grote dingen heeft gedaan.

21

Vreest niet, o land; wees blij en verheug u; want de HEER zal grote dingen doen.

22

Vreest niet, gij dieren des velds; want de weiden van de woestijn zijn groen, want de boom draagt zijn vrucht, de vijgenboom en de wijnstok geven hun kracht.

23

Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en verblijdt u in de HEER uw God; want Hij heeft u de vroege regen in gerechtigheid gegeven, en Hij zal voor u de regen doen nederkomen, de vroege regen en de late regen in de eerste maand.

24

En de dorsvloeren zullen vol tarwe zijn, en de perskuipen zullen overlopen van wijn en olie.

25

En Ik zal u vergoeden de jaren die de sprinkhaan heeft gegeten, de jonge sprinkhaan, en de rups, en de treksprinkhaan, Mijn groot leger dat Ik onder u gezonden heb.

26

En gij zult overvloedig eten en verzadigd worden, en de naam van de HEER uw God loven, die wonderlijk met u gehandeld heeft; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.

27

En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEER uw God ben, en geen ander; en Mijn volk zal nimmermeer beschaamd worden.

28

En het zal daarna geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren, uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien.