Terug naar Joël 2
VSV
Statenvertaling

Joël 2:20

Maar Ik zal het noordelijk leger ver van u wegdrijven, en het verdrijven in een dor en woest land, met zijn aangezicht naar de oostelijke zee, en zijn achterste deel naar de uiterste zee; en zijn stank zal opstijgen, en zijn vuile reuk zal opstijgen, omdat het grote dingen heeft gedaan.

Kruisverwijzingen

Context

Joël 2 — omringende verzen

15

Blaast de bazuin in Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen.

16

Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de ouderlingen, verzamelt de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom uit zijn kamer gaan, en de bruid uit haar slaapkamer.

17

Laat de priesters, de dienaren van de HEER, wenen tussen de voorhal en het altaar, en laat hen zeggen: Verschoon Uw volk, o HEER, en geef Uw erfenis niet over aan smaad, opdat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hun God?

18

Dan zal de HEER ijveren voor Zijn land en Zijn volk sparen.

19

Ja, de HEER zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Zie, Ik zend u koren, en wijn, en olie, en gij zult daarmede verzadigd worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot smaad onder de heidenen.

20

Maar Ik zal het noordelijk leger ver van u wegdrijven, en het verdrijven in een dor en woest land, met zijn aangezicht naar de oostelijke zee, en zijn achterste deel naar de uiterste zee; en zijn stank zal opstijgen, en zijn vuile reuk zal opstijgen, omdat het grote dingen heeft gedaan.

21

Vreest niet, o land; wees blij en verheug u; want de HEER zal grote dingen doen.

22

Vreest niet, gij dieren des velds; want de weiden van de woestijn zijn groen, want de boom draagt zijn vrucht, de vijgenboom en de wijnstok geven hun kracht.

23

Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en verblijdt u in de HEER uw God; want Hij heeft u de vroege regen in gerechtigheid gegeven, en Hij zal voor u de regen doen nederkomen, de vroege regen en de late regen in de eerste maand.

24

En de dorsvloeren zullen vol tarwe zijn, en de perskuipen zullen overlopen van wijn en olie.

25

En Ik zal u vergoeden de jaren die de sprinkhaan heeft gegeten, de jonge sprinkhaan, en de rups, en de treksprinkhaan, Mijn groot leger dat Ik onder u gezonden heb.