Joël 2:3
“Voor hen verteert een vuur, en achter hen brandt een vlam; het land is voor hen als de hof van Eden, en achter hen een woeste wildernis; ja, niets zal hen ontkomen.”
Kruisverwijzingen
Context
Joël 2 — omringende verzen
Blaast de bazuin in Sion en slaat alarm op mijn heilige berg; laat alle inwoners van het land beven, want de dag van de HEER komt, want hij is nabij;
2Een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, als de dageraad uitgespreid over de bergen: een groot en sterk volk; zijn gelijke is er nooit geweest, en na hem zal er geen meer zijn, tot in de jaren van vele geslachten.
Voor hen verteert een vuur, en achter hen brandt een vlam; het land is voor hen als de hof van Eden, en achter hen een woeste wildernis; ja, niets zal hen ontkomen.
Hun aanzien is als het aanzien van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.
5Gelijk het gedreun van wagens op de toppen der bergen zullen zij springen, gelijk het geknetter van een vuurvlam die de stoppels verteert, als een sterk volk opgesteld ten strijde.
6Voor hun aangezicht zullen de volken sidderen; alle gezichten zullen bleek worden.
7Zij zullen lopen als helden; zij zullen de muur beklimmen als krijgslieden; en zij zullen ieder zijn weg gaan, en zij zullen hun gelederen niet breken.
8En de een zal de ander niet dringen; zij zullen ieder zijn pad bewandelen; en wanneer zij op het zwaard vallen, zullen zij niet gewond worden.