Joël 3:2
“Zal Ik ook alle heidenen verzamelen, en hen afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen rechten over Mijn volk en over Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen verstrooid hebben, en Mijn land hebben zij verdeeld.”
Kruisverwijzingen
Context
Joël 3 — omringende verzen
Want zie, in die dagen en in die tijd, wanneer Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden,
Zal Ik ook alle heidenen verzamelen, en hen afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen rechten over Mijn volk en over Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen verstrooid hebben, en Mijn land hebben zij verdeeld.
En zij hebben het lot geworpen over Mijn volk; en zij hebben een jongen gegeven voor een hoer, en een meisje verkocht voor wijn, opdat zij mochten drinken.
4Ja, en wat hebt gij met Mij te doen, o Tyrus en Sidon, en alle landstreken van Palestina? Zult gij Mij vergelding doen? En indien gij Mij vergeldt, snel en spoedig zal Ik uw vergelding op uw eigen hoofd doen wederkeren.
5Omdat gij Mijn zilver en Mijn goud genomen hebt, en Mijn kostelijke en aangename dingen in uw tempels gebracht hebt.
6Ook hebben de kinderen van Juda en de kinderen van Jeruzalem gij aan de Grieken verkocht, opdat gij hen ver van hun grondgebied zoudt verwijderen.
7Zie, Ik zal hen opwekken uit de plaats waarheen gij hen verkocht hebt, en Ik zal uw vergelding op uw eigen hoofd doen wederkeren.