Joël 3:7
“Zie, Ik zal hen opwekken uit de plaats waarheen gij hen verkocht hebt, en Ik zal uw vergelding op uw eigen hoofd doen wederkeren.”
Kruisverwijzingen
Context
Joël 3 — omringende verzen
Zal Ik ook alle heidenen verzamelen, en hen afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen rechten over Mijn volk en over Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen verstrooid hebben, en Mijn land hebben zij verdeeld.
3En zij hebben het lot geworpen over Mijn volk; en zij hebben een jongen gegeven voor een hoer, en een meisje verkocht voor wijn, opdat zij mochten drinken.
4Ja, en wat hebt gij met Mij te doen, o Tyrus en Sidon, en alle landstreken van Palestina? Zult gij Mij vergelding doen? En indien gij Mij vergeldt, snel en spoedig zal Ik uw vergelding op uw eigen hoofd doen wederkeren.
5Omdat gij Mijn zilver en Mijn goud genomen hebt, en Mijn kostelijke en aangename dingen in uw tempels gebracht hebt.
6Ook hebben de kinderen van Juda en de kinderen van Jeruzalem gij aan de Grieken verkocht, opdat gij hen ver van hun grondgebied zoudt verwijderen.
Zie, Ik zal hen opwekken uit de plaats waarheen gij hen verkocht hebt, en Ik zal uw vergelding op uw eigen hoofd doen wederkeren.
En Ik zal uw zonen en uw dochteren verkopen in de hand van de kinderen van Juda, en zij zullen hen verkopen aan de Sabeërs, aan een volk ver weg; want de HEER heeft het gesproken.
9Roept dit uit onder de heidenen: Bereidt de oorlog, wekt de helden op, laat alle krijgslieden naderen; laat hen optrekken:
10Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren: laat de zwakke zeggen: Ik ben sterk.
11Vergadert u, en komt, alle heidenen, en verzamelt u rondom: breng daarheen Uw helden naar beneden, o HEER.
12Laat de heidenen gewekt worden en optrekken naar het dal van Josafat: want daar zal Ik zitten om alle heidenen rondom te richten.