Johannes 1:20
“En hij beleed en ontkende niet, maar beleed: Ik ben de Christus niet.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 1 — omringende verzen
Johannes getuigde van Hem en riep, zeggende: Deze was het van Wie ik zeide: Hij Die na mij komt, is mij voorgegaan, want Hij was eer dan ik.
16En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.
17Want de wet is door Mozes gegeven, maar de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.
18Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeborene Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.
19En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
En hij beleed en ontkende niet, maar beleed: Ik ben de Christus niet.
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.
22Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij, opdat wij antwoord mogen geven aan hen die ons gezonden hebben? Wat zegt gij van uzelf?
23Hij zeide: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt de weg des Heren recht, zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.
24En zij die gezonden waren, waren van de Farizeeën.
25En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, als gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?