Johannes 1:24
“En zij die gezonden waren, waren van de Farizeeën.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 1 — omringende verzen
En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
20En hij beleed en ontkende niet, maar beleed: Ik ben de Christus niet.
21En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.
22Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij, opdat wij antwoord mogen geven aan hen die ons gezonden hebben? Wat zegt gij van uzelf?
23Hij zeide: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt de weg des Heren recht, zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.
En zij die gezonden waren, waren van de Farizeeën.
En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, als gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
26Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Er staat Een in het midden van u, Dien gij niet kent.
27Hij is het, Die na mij komt, maar voor mij is geweest, van Wie ik niet waardig ben de riem Zijner schoenen los te maken.
28Deze dingen geschiedden te Bethabara, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen was.
29De volgende dag zag Johannes Jezus tot zich komen en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.