Johannes 1:38
“Jezus dan keerde Zich om en zag hen volgen, en zeide tot hen: Wat zoekt gij? Zij zeiden tot Hem: Rabbi (dat is te zeggen, overgezet zijnde: Meester), waar woont U?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 1 — omringende verzen
En ik kende Hem niet, maar Hij Die mij gezonden heeft om met water te dopen, Die zeide tot mij: Op Wien gij de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Deze is Het Die met de Heilige Geest doopt.
34En ik heb het gezien en getuigd dat Deze de Zoon van God is.
35De volgende dag stond Johannes wederom daar, en twee van zijn discipelen.
36En ziende op Jezus, Die daar wandelde, zeide hij: Zie het Lam Gods!
37En de twee discipelen hoorden hem spreken, en zij volgden Jezus.
Jezus dan keerde Zich om en zag hen volgen, en zeide tot hen: Wat zoekt gij? Zij zeiden tot Hem: Rabbi (dat is te zeggen, overgezet zijnde: Meester), waar woont U?
Hij zeide tot hen: Komt en ziet. Zij kwamen en zagen waar Hij woonde, en bleven die dag bij Hem; het was omstreeks het tiende uur.
40Een van de twee die van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren, was Andreas, de broeder van Simon Petrus.
41Deze vond eerst zijn eigen broeder Simon en zeide tot hem: Wij hebben de Messias gevonden (hetwelk is, overgezet zijnde: de Christus).
42En hij bracht hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult Cefas genoemd worden (hetwelk overgezet wordt: een steen).
43De volgende dag wilde Jezus naar Galilea vertrekken, en Hij vond Filippus en zeide tot hem: Volg Mij.